Achter de Schermen

Apparaat



Synopsis:

AdsM1
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het definitief thuisblijven | niet voldoende gewettigd is, en ik nog steeds den indruk maak alsof ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan krijgt wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, mijn lezers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

AdsM2a AdsT1 AdsM3a AdsD1 AdsD2 AdsD3 AdsD4 AdsD5 AdsP1a AdsP2 AdsD6
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje inpectief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

________

Versies:

1934: Manuscript 'Achter de Schermen' [AdsM1]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het definitief thuisblijven | niet voldoende gewettigd is, en ik nog steeds den indruk maak alsof ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan krijgt wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, mijn lezers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.
[toon schrijfproces]

1934: Typoscript 'Achter de Schermen', getypte tekst [AdsM2a]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje inpectief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1935: Voorpublicatie 'Achter de Schermen' in Groot Nederland [AdsT1]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1935: Correctie-exemplaar Groot Nederland, getypte tekst [AdsM3a]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1936: Tsjip, tweede druk [AdsD1]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1942: Tsjip, derde druk [AdsD2]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1943: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste druk [AdsD3]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1944: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede druk [AdsD4]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds den indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateeren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1952: Tsjip/De Leeuwentemmer, derde druk [AdsD5]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds de indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1956-57: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste drukproef voor het Verzameld Werk, gezette tekst [AdsP1a]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds de indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede drukproef voor het Verzameld Werk [AdsP2]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds de indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, vierde druk, in het Verzameld Werk [AdsD6]:
Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het | thuis blijven een beetje intempestief is geweest, niet voldoende gewettigd|, alsof ik nog steeds de indruk maak dat ik daar moedwillig blijf zitten om met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan moet krijgen wat ik van mijzelf niet meer verkrijgen kon, de toeschouwers te epateren als de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd.