Achter de Schermen
[1934: Manuscript 'Achter de Schermen' (AdsM1)]
Achter de Schermen
I

[1] Mijn dochter is getrouwd en heeft een kind gekregen. heeft ons verlaten. Een nieuwe generatie is geboren en. mM en mijn eigen zonnewijzer verspringt in de richting van den nacht. Ik zie Nog steeds zie ik mijn vrouw nog zooals zij naast mij staantond toen dat meisje Adele ons verlaten heeft toen Adele heenging om haren den man te volgen. Haar alledaagsch gezicht vertrok van de smart tot een smoel, als onder de zweepslagen van een beul kwelduivel. tot een smoel snotterend masker, als werd zij gestriem masker dat lilde als onder de striemen van een zweep. En toen dat kind ons later werd voorgelegd Een windvlaaghoos heeft ons uiteengewaaidjaagd: zij naar hare m dat meisje naar hare bestemming hare aanstaande in de richting de baan van het moederschap op en ons beiden weer naar den ouden haard toe, waarin het smeulend vuur met moeite dreigtligt uit te gaan. waar ons dat smeulend leven van ons wordt moet voortgezet. En Maar toen dat kind kleinkind die jongen voor ons aan voor onze voeten werd neergelegd werd, toen toen is mijn oude bedgenoot plotseling weder aan 't stralen gegaan als had zij zelf die nieuwe mensch weer gebaar[x]d. Haar sloffen[de] g[xx]g gang werd opnieuw een getrippel en haar gekla gezeu geklaaglied een lied van vreugde geklaag een soort van hooglied. En ikzelf heb mij opgericht als om tot groote daden over te gaan. Voortaan is er voor ons geen winter meer. Dank d[xxxxxx]

Dit is voor mij weer een eenige kans

Ik zal moet die geweldige beroering boekstaven, want voor ons mij het is misschien de laatste geweest, en wel met spoed, vóór de eindelijke versuffing haren greep op mijn ziel geest heeft gelegd. Want Immers ik loop naar de zestig en word stilaan drankzuchtig.

II

Zooals bij iederee vorigee maal het boek poging Zooals telkens [2] ben ik ook nu weer vast overtuigd dat dit mijn laatste geschrijf zal zijn. Het gaat immers niet aan, voor iemand die vrouw en kinderen heeft, zich telkens af te zonderen om zichzelf en de leden van zijn eigen gezin om zijn geweten en binnenste en de leden van zijn gezin van uit een hoek te zitten bespieden, de lede vrouw en kinderen en ze hen en ze een voor een onder het als proefkonijnen onder het mes te nemen. En dat alles en om uit hun bloed een drank te bereiden voor vreemden een drank filtraat te bereiden?. dat hun eigen blik op het leven versterken moet. Ik was heerlijk aan 't versuffen toen ons dat overkomen is en hoopte in stilte dat het gedaan was met mijn die ijdelheid dat ijdel gedoe. Mijn plicht gebiedt mij aan boord te blijven in plaats van af en toe te komen kijken of het schip nog drijft. En En mMoet ik na a zoo'n hekserij geploeter toch niet telkens weer gluiperig in mijn krin huiskring plaats nemen als een die niets ontheiligd, die niets op zijn geweten heeft,? als

III

Dat Verduiveld, dat zou geen slecht begin zijn., dunkt mij. Mijn poëtische bevliegingen zal ik voorstellen als een reis in het bereizen van een vreemd land, waarvan de lokstem mij komt tergen als ik vreedzaam bij onze kachel zit,. en Een land vol heerlijkheid dat mij toch geen voldoening geeft, zeker omdat er in mij geen voldoening in mij te krijgen is. Ontevreden geleefd, ontevreden doodgaan sterven. De verdiende straf voor een goddelooze hond.

Ik kan de eerste zinnen nu wel neerzetten, dunkt mij: , dunkt mij. En ik schrijf: begin:

"Ik kom thuis van de een reis en allen hebben weer gedaan alsof ik en vind alles voor mij gereed staan. Vrouw en kinderen hebben mij gedaan alsof ik niet weg was geweest. Alles stond gereed tegen dat ik binnen zou komen. Zij hebben mij welkom geheeten en mijn vrouw heeft mij mijn souper opgediend". Punt.

Nu het daar staat Ik Ik herlees en ga aan 't huiveren ik van de voor die banaliteit. Zoo iets kan geen [3] mensch schelen, dat lijdt geen twijfel. staat vast. In de eerste plaats Zooals zij daar staat is die reis een reis geweest naar Brussel of , [la] hoogstens maar Parijs, want Brussel is niet eens een reis van hier uit,. Nauwelijks veertig kilometer. Maar zeker is het geen reis naar dat heerlijke land. Ik kom thuis van die reis, je weet wel, of beter nog van de reis. Ja dat is beter Le voyage par excellence De reis bij uitnemendheid. Maar waarom ben ik zoo plotseling op reis gegaan? Doe ik dat soms meer? Natuurlijk, dat zit daar zit hem de knoop. Eén reisje kan geen kwaad, wel dat stelselmatig trekken, alsof het een plicht was. Voor de zooveelste maal kom ik thuis van de reis. All right. Ik grinnik van tevredenheid voldoening O-Kee. Nu is dat geen reis naar Parijs meer, want wat zou ik daar voortdurend gaan uitvoeren? Dit is Nu is het een rare reis, misschien een verboden reis maar zeker een rare reis, een reis tocht naar een onbekend vreemdsoortig oord waarvan ik, als en de lezer, spoedig iets meer hoop te vernemen. en iken voor den lezer durf ik hopen dat de lezer nu hij nu Maar ik hij verwacht nu zeker geen aardrijkskundig preciseeren meer. verwacht.

[3A]

En vind alles gereed staan.

Hum. Die alles is erg overdreven. Alles of niets is precies hetzelfde en alles roept geen enkel beeld op. Wat staat er eigenlijk gereed of beter nog wat behoorde gereed te staan indien mijn gezin een sterke tegenpartij was? Datgene Dingen Nnatuurlijk iets dat die mij bij 't binnenkomen direkt duidelijk maaktken dat zij geen oogenblik ge[xx]vreesd of gehoopt hebben dat ik lang zou uitblijven. Ook voorwerpen di Een stoel is zeker geschikt. Verder hebben zij Verder een tafel en een bed, klaar om tij mij te ontvangen, de tafel voor de kauwpartij en 't bed om een eind te maken aan die heele grap. Eindelijk mijn pantoffels en nog wel bij 't vuur om mij nog eens duidelijk te maken dat di[x]t de plaats is voor een man op jaren die een heel gezin op zijn geweten heeft. Wat doet loopt heeft zoo'n asthmalijder van doen in gindsche land van doen, waar misschien wel bordeelen zijn en maar zeker geen behoorlijk vuur noch dito pantoffels. Dus: en weer staat mijn stoel gereed, tafel en bed gedekt, pantoffels bij 't vuur, alsof ik iederen dag verwacht werd. Want zij hebben mij iederen dag verwacht, de smeerlappen.

Allen Vrouw en kinderen hebben gedaan alsof ik niet weg was geweest. Dat gedaan beva stoottaat mij tegen de borst. Het is want Er zit een gemeene truc in en dat mag niet. Dat gedaan Het dient om mij te verlossen van 't zoeken naar wat zij gedaan hebben. Wat hebben zij gedaan. Zeggen kerel. want Ggedaan is een scherm dat je voor je gemak voor de waarheid staat daar gezet is om het ware dat je gepakt hebt omdat om op te schieten niets. als je kunt[.] Even W Mag Laat ik mijzelf even afzonderen?. Ik kom maak stilletjes binnen de deur open en schuif binnen. Dan zeggen mijn kinderen, uit gewoonte, beleefd goeden dag, want zoo'n ook een doolende hond van een vader blijft toch je vader. [4] En als je iemand betrapt in een onbehoorlijke houding dan doe je of je hem niet ziet. Dus hebben zij "dag vader" gezegd. Of beter nog "dag Pa" want zoo'n dag vader is wel erg theatraal. Op zoo'n "dag vader" zou alleen een somber "dag kinderen" kunnen volgen en nog wel met gefronste wenkbrouauwen. En ik ben niet allerminst van plan op een melodrama aan te sturen. Zou ik die "dag" nog niet gauw even over boord flikkeren? Dus "Pa" instede van "dag Pa"?. Natuurlijk. "Pa" kan b immers niets anders beteekenen dan "dag Pa". Pa alleen is trouwens veel huiselijker, inniger, vertrouwelijker, minder gedwongen. Iets als het "schipper!" of "bakker!" als het gemoedelijke "bakker!" van iederen ochtend.

Bij nadere Mijn kinderen hebben heel gewoon Pa gezegd en mijn vrouw heeft mijn souper opgediend.

Bij nadere beschouwing steekt dat souper mij tegen. Als zoo'n dooler recidivist in het dolel dolen recht heeft op een souper, dan heeft ook kan men onzen poedel óók een laten soupeeren. voorzetten. Neen. Bij dergel Trouwens, al was is het voorgezette in substantie werkelijk een souper, ikzelf [bij i] ook dan nog zou ikzelf bij zoo'n terugkomst weigeren te soupeeren. Ik eet kan hoogstens eten en daarmee uit. Maar ik weiger beslist tot echt soupeeren over te gaan. Wie zich schuldig voelt kan immers niet nalaten bovendien nog te manifesteeren?. En een die betrapt wordt [bij] op bij een schanddaad verkrachting kan voor 't zelfde geld gerust eens flink uitvloeken. Dat maakt de verkrachting schanddaad niet erger. Het past staat hem zelfs beter dan zoo'n schijnheilig smoel. gezicht.

[5]

Maar e Mijn vrouw

Mijn kinderen hebben heel gewoon "Pa" gezegd en mijn vrouw heeft mijn eten opgediend.

Dat is n schijnt mij nog steeds niet geheel in den haak te zijn. Ik vind dat men Wordt een souper wordt opgediend, maar met eten niet. is dan niet het geval. Eten wordt gegeven, of voorgezet. of genomen. Maar op het eten zelf komt het minder op aan, want dat m het eind zoo'n thuiskomst eindigt met eten en naar bed gaan, dat spreekt toch vanzelf. En ik ben op zoek naar dingen die niet van zelf spreken. Ik Mij dunkt dat mijn vrouw iets zeggen moet, wat dan ook. Want als zij heelemaal volkomen zwijgeneeg zou dan zou zeij mij ook zeker niets voor opdienen noch mij iets voorzetten.

Zij kon d[xx]us vragen "eet jij?". Of beter nog "eet jij soms?" want die soms beteekent dat zij evenmin aan een positief antwoord evenmin waarde hecht als aan een negatief.

Neen, zij moet iets anders zeggen. Iets dat aa treft als een mokerslag. Iets d waardoor ik pas recht tot het besef kom dat ik werkelijk thuis ben aangeland en niet in een of ander prieel van gindsche land. [x]

Ik denk opeens aan moet een denk opeens aan de restanten waaruit onze soupers gewoonlijk bestaan en besluit er toe een paar specialiteiten te kiezen die den [l] bijzonder de huiselijke atmosphsfeer sterk evokeeren. Iets dat ruikt en waarvan de lucht het heele huis doordringt. Haring, bij voorbeeld. [6] Haring bij voorbeeld. Wel zeker, die haring is goed. Bovendien nationaal. Haring krijgt men in dat gindsche land niet en al kreeg men er haring, men zou het ruiken noch proeven, want de gewoonste dingen zijn ginder er zoo heel anders. Zoodra men proeft dat iemand in haring weer haring is proeft is men hij weer niet langer in dat land maar weer reeds op weg den terugweg naar den haard.

Nu nog iets een tweede gerecht, om een keus mogelijk en de vraag logisch te maken, liefst iets dat niet ruikt maar dat walgt. ANieren? Maar als die klein zijn en verstan met sluwheid klaargemaakt, dan merk je 't niet eens. Neen, geen nieren. Grooter, hooger op! Hersens? Lever? Ja, lever van een oud beest. Zou ik

[6A]

Neen, geen nieren. Grooter, hooger op! Hersens Laat nog meer kandidaten aantreden. DNiemand moet verlegen zijn al zwemt hij in zijn vet of al druipt hij van 't bloed. Wie is die bleeke daar, met zijn krulhaar?

- Hersens".

Walglijk genoeg. Maar ik de regisseur vind het niet ongewoon op een huiselijke tafel. Meer iets voor een restaurant. En die met zijn opgeblazen ro bruine dikke, die door zijn knieën zakt?

- Lever".

Ja, lever. is goed. Lever Van een oud beest, als die te krijgen is.

Zie die En meteen ligt een bruine massa voor mij staan liggen, midden door gesneden, zoodat men ik inzage krijgt in die ingekankerde gaten die als uitgesto[t] als zooveel oogholten zijn. Lever en nieren? Maar dieat kom is als een pleonasme, want zij komen uit denzelfden buik, waar zij buren zijn. waren. Neen, haring en lever ik laat mijn haring niet los. Haring en lever. Of liever lever en haring, want die a-klank past is beter voor bij de stembuiging die bij het 't laatste woord.

Mijn vrouw

Met lever en haring is mijn die vrouw tenminste gewapend. Zij heef kan mij nu de volle laag geven. Mijn kinderen hebben heel gewoon "Pa" gezegd en mijn vrouw heeft gevraagd wat ik verkoos, lever of haring.

Wat kan nu iemand in 's hemelsnaam [7] op zoo'n vraag antwoorden? Niets. Trouwens, Want die vraag is geen vraag. Wanneer men iemand bij zijn thuiskomst slec geen andere keus laat dan tusschen lever en haring dan, dan heeft dieat quasi vraaggen slechts voor doel die twe beide afschuwelijke dingen nog eens helder bij hun naam te noemen opdat hij die aan 't eten gaat goed zou weten wat hem te wachten staat. De andere Hij kon wel eens nog wel eens met één voet in gindsche land staan en denken dat die lever geen lever is, maar een grap. To be hung by the neck untill death follows. Goed zoo. Bruine pudding in den vorm van lever. Nog gauw even lekker walgen voor ook die portie lever tot het verleden behoort. Neen, een vraag is het niet. Het staat véél hooger. Als er vuil van de kat in de kamer gevonden wordt dan wordt ook haar gevraagd of zij dat gedaan heeft. , maar op 't zelfde moment En meteen wordt zij er ingewreven, zonder dat op eenig antwoord wordt gewacht. Dus: Ik heb niet geantwoord. Hier Toch dient hier misschien gezegd waarom ik niet geantwoord gezwegen heb, want op die vraag, die geen vraag is, was, kon ik toch best antwoorden met iets dat geen antwoord is, met val dood verrek of val dood bij voorbeeld. In het 't leven zou verrek zouden zij plat en brutaal, zijn, maar in zouden zij in mijn dit litterair landschap zou het zeker passen. Noemt Scheldt Othello die schat niet doodgewoon voor hoer?

[8]

Ik heb al ondervonden dat hHet stellen van dergelijke vragen mij zoo stemt mij zóó echter zoo verdrietig stemt dat ik bang ben voor mijn eigen stem. Want klinkt die neerslachtig, dan jubelt de tegenstander. En klinkt zij valsch dan schaam ik mij dood. Ik heb dus niet geantwoord omdat ik niet kiezen kon [du] tusschen een bedroefd maar oprecht antwoord en een dat sist en of sluipt snauwt maar mij onvoldaan zou laten zitten. Trouwens, ik moet opschieten. Dus, omdat ik den moed niet had mijn eigen stem aan te hooren. Want iWant Ik moet trouwens opschieten.

Daarop heb ik een stuk van die lever genomen. Neen, geen lever meer, in Godsnaam. heiligen naam. Trouwens, waarom lever en geen haring. Goed zoo. Haring dan. Maar wat dan met die lever die mij nog steeds aankijkt met al die oogen. Neen zeg ik. Weg er mee. Vade retro, satanas. Ik heb jullie heel even noodig gehad als een bloedroode vlek in een grisaille, maar je krijgt mij niet te pakken. Vade retro, satanas. Good bye to both of you. En wel te rusten. Ik Er stonden immers nog andere dingen op de tafel? Als mijn vrouw alleen die twee bij name genoemd heeft dan was het omdat alleen die twee in staat waren mij te grieven verdrieten. Trouwens, weet een mensch wat hij in zoo'n stemming eet? Als hij een brok in de keel heeft dat bijna niets doorlaat en dat aan zoodat alles éénzelfden grijzen smaak heeft? [9] Niet alleen wil ik niet antwoorden, ik wil niet eens weten wat ik eet. Als dat kon zou ik zelfs niet willen weten dat ik überhaupt aan 't eten ben. En bovenal vrees ik dat door een keus op de tafel te laten blijken dat ik mij volkomen bewust ben het thuiszijn volkomen tot mijn bewustzijn is doorgedrongen en mijn tevredenheid wegdraagt. Ik wil daar nog wat zitten als zat ik in een droom. Dus heb ik zoo maar iets genomen. Ik heb de hand uitgestoken naar wat het dichtst bij stond en zwijgend gesoupeerd. Neen, alsjeblieft niet. Geen soupeeren op zoo'n plechtig oogenblik. Soupeert een deftig mensch na een begrafenis? men na 't begraven van vrouw of kind? En zwijgend gegeten. Ook niet. Spreekt van zelf. Als ik de hand eenmaal zoover ben dat ik de hand naar iets heb uitgestoken, dan moet daar immers op volgten daarop dat ik aan 't eten ga. Hoeft dus niet gezegd. Welnu dan, ik heb zwijgend mijn maag gevuld. Het vullen van die maag in plaats van bij wijze van soupeerenr is een verdiende straf. En die maag, ook al is het de mijne, herinnert mij nog heel even aan die lever die, na zijn taak te vervuld te hebben, reeds wegdoezelt in den achtergrond. Dus heb ik de hand uitgestoken naar wat het dichtst bij stond en zwijgend mijn maag gevuld. Zoo is het goed. En ik ter wille van de poëzie zal ik maar liefst verzwijgen dat het mij gesmaakt heeft. [10] Zij w schijnen geweten te hebben dat ik weerom terugkeeren zou en dat vind ik vervelend. Maar had ik mij boos gemaakt dan zou ik, om logisch te blijven, zijn, weer hebben moeten opstappen.

Een Alweer een gruwel, zooals het daar staat. Zij Neen, Laarmans. Elsschot, Zij schijnen niet dat niet geweten te hebben, zij wisten het. Zij waren er zeker van. Zij waren er gerust in. Dat dolen behoort tot mijn je onschadelijke excentriciteiten, zooals zij d waar zij al jaren pret in hebben. Ik zit nog niet aan tafel of zij kaarten al door.

Hun gerustheid, hun zekerheid dat ik ook ditmaal terugkeeren zou, heb ik vervelend gevonden.

Neen, niet vervelend., vriendlief. Dat woord zelf is hier vervelend hier zoo ongezouten dat het vervelend is. Ik zou het misschien vervelend gevonden hebben indien zij een g oogenblik hadden gedacht hadden dat ik nooit meer terugkeeren zou, dus dat ik stapelgek geworden was. Maar hun gerustheid en hun zekerheid heeft mij beschaamd en diep gegriefd. Gegriefd of diep gegriefd? Gegriefd is altijd diep, maar ik laat diedat diep toch staan want dat leest beter. Gegriefd is zoo'n woord waaraan een lettergreep schijnt te ontbreken.

Maar had ik mij boos gemaakt. Boos is slap. Echt slap is dat boos. Ik kan mij boos maken als zij de kachel laten uitgaan, maar had ik gereageerd, wat ik niet gedaan heb, [z]dan hadden zij wat te hooren gekregen. Een storm, mijnheer. Een geloei. Een gebulder. Dus: maar was ik aan [11] 't bulderen gegaan. Ja Nu, wat zou er op dat bu fameus gebulder zoo al gevolgd zijn? Niets, Stilte, natuurlijk en dan verder niets want ik denk er niet aan mijn huisraad stuk te slaan,. en noch Ook niet aan ranselen want mijn vrouw is mij te lief en die jongens te sterk. Dus Dan had er dus niets op overgeschoten, dan m met weerzin weer op te staan om logisch te blijven zijn, dan weer op met weerzin weer op te staan.

Dat logische blijven vindt geen gratie. hangt mij de keel uit. Het moet er uit. Weg ermede. Om oOnlogisch te blijven zou nog beter zijn, want het logische is de haard, dus thuis blijven. Weg dus met die logika. Heraus. Dus had er niets op overgeschoten dan met weezin weer op te staan.

En Ik zal nu maar in eens verklaren dat En het trekken lokt mij niet meer lokt.

Volkomen eerlijk is dat echter anders niet, want het trekken luokt mij wel. Maar nog steeds, al gaat die neiging decrescendo diminuendo. Nu reeds denk ik echter aan mijn kleinzoon die aan 't slot de hoofdrol spelen moet en die mij moet opwekken tot een nieuwen laatsten tocht. En hoe vaster ik bij den haard geankerd zit, des des te treffender zal zijn ingrijpen zijn. Dus maar wat gerust doorliegen. Zitten wij niet samen 't Is hier ten slotte toch maar een schouwburg. En in dit geval is liegen heilige plicht, ter eere van dat kind, wiens pad ik reeds vanaf op de eerste bladzijde effenen moet, ook al verschijnt hij pas heel achteraan, als het bouquet van een vuurwerk. Heb ik niet Ik heb vroeger reeds verkondigd gezegd dat men van [12] in 't begin het oog moet houden op het slotakkoord, waarvan iets door het 't heele verhaal geweven moet worden, als het leitmotief do in door een symphonie?? En daar blijf ik bij tot ik iets beters vind. Ik kan Aandikken, Nu nog wat Aankleeden opsmuk, Laarmans, schmink, want zóó alleen staat die leugen daar toch te naakt. Ik zal er dus aan toevoegen dat ik vermoeid ben en het licht van gindsche land niet meer verdragen kan. Maar Maar dDdat is zou echter zóó ongevraagd [over] affirmatief dat zijn dat een psychologische opheldering niet zou kunnen uitblijven. En hoe kan een Maar ik zie Ik zie echter geen kans om een leugen krom door uitleggen niet in een tot een waarheid om te werken. Als Zou ik hier eens niet liever vragend verteldelen?, alsof ik zelf twijfelde? Ben ik vermoeid of kan ik het licht van gindsche land niet meer verdragen? Dat bevalt mij beter. Net of ik, als verdwaasd op het tooneel verschijn, de hand aan het voorhoofd, als een Hamletje. Is er een Wordt die ontdekt [dan] Wordt ontdek onder die opsmuk de leugen van dat trekken, dat mij niet meer zou lokken, nu nog door iemand ontdekt, dan we[x] komt stuit hij kort daar toch even later op die naïeve vraag en is tevreden. heeft medelijden zoodat hij niet verder aandringt. Zelf ben ik echter nog niet voldaan. Om iederen twijfel verder uit te sluiten zal ik er nog aan toevoegen dat ik voel dat van een volgenden tocht niets meer terecht komt. Voel is goed, want wat ik persoonlijk gevoel daar nie kan niemand controleeren. Daar heeft Dat gaat een ander niet aan. Ik voel dat ik naar zee moet zegt die vrouw. En die arme jongen voelt dat hij in dat [13] examen niet slagen zal. In iede Ik voel in ieder geval dat van een volgenden tocht niets meer terecht komt. "In ieder geval" sluit maakt alle verdere discussie uit onmogelijk., want er zijn van [met] die lezers die er 't fijne willen van weten.

En zoo is het goed ook. Is het zoo niet waar dan is zoo toch goed. Als ik maar d niet doende ben te veel te bewijzen.

Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat. Er zal toch zeker geen lezer niemand gevonden worden die zich niet laat vermurwen door die mijn noodzaak nooddruft om voor onzen ouden dag aan 't werk te gaan? Niemand die eischt dat ik de waarheid de erkenning eischt omtrent d blijft eischen van mijn nog steeds positief verlangen naar gindsche land, en die nog liever ook al zouden tijdens bij een volgenden tocht vrouw en kinderen verhongeren?, ook al zou daardoor dat kleinkind in 't heele boek niets te doen krijgen? Hij Men moet toch toegeven dat ik, zoolang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet heb opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld. Is dat geen doorslaand argument?? En moet ook de lezer niet een beetje meegaand zijn? Plicht gaat toch immers boven waarheid.? Met mijn kinderen gespeeld en van mijn vrouw genoten is beter dan met van mijn kinderen genoten en met mijn vrouw gespeeld. Om oprecht te kunnen spelen moet toch minstens een van beiden de partners jong zijn., dunkt mij.

[14]

Nu mijzelf stevig aan den haard vastbetonneerengemetseld om van dat kind, dat mij met zijn gekraai mijn boeien breekt, breken moet, een bovenaardsche kracht te doen uitgaan. Hier bij 't vuur, in onze kooklucht, komt het er op aan mijn plicht te doen als een doodgewoon mannetje dat ik te[n]slotte ben.

Dat doodgewoon mannetje is wel een beetje schijnheilig, want ik hoop van harte dat de besten onder mijn lezers op dat moment verklaren zullen dat ik volstrekt niet zoo doodgewoon ben, maar een heele Piet. Stel je voor dat allen mij gelijk gaven.

Nog steeds heb ik een gevoel alsof ik pensum verdien omdat het definitief thuisblijven niet voldoende gewettigd is, dat ik daar met opzet ik nog steeds pensum verdien het en ik nog steeds [een] den indruk maakt alsof ik daar moedwillig blijf zitten om dat kleinkind met het optreden van dat kleinkind, dat gedaan krijgt wat ik van mijzelf niet meer gedaan verkrijgen kon, mijn lezers te epateeren zooals de boeren op de kermis met een kind zonder hoofd. Ik zal dus de noodzakelijkheid om thuis te blijven dus nog maar wat aandikken want ik kan niet meer terug. Dit is mijn laatste kans (heb je nu nóg geen medelijden, le verdomde moedwillige lezer) want mijn kinderen groeien als kool. Een heeft al een [15] snor en een ouwelijke trek om den mond. Dat Is het nu duidelijk genoeg dat zij desnoods reeds in staat zijn om den kapitein desnoods aan wal te laten, den dijk te zetten, met of zonder pensioen, en zelf aan 't het roer te gaan staan in handen te nemen? Als ik mij nu niet aanpas wordt ik uitgestooten door mijn eigen broed, want zij zien in mijn doolen een verraad en scharen zich zwijgend om hun moeder. Zie je die dat dreigende bende gezelschap daar staan? Dat wijf, dat tóch al beklaagd wordt, ook al heeft had zij géén dolenden vent, te midden tusschen omringd door die stevige jongens? Een bende kannibalen en ikzelf een gevangen missionaris zendeling. Stellen zij geen zwijgend ultimatum: "Ouwe, wat ben je nu van plan." Dolen bBlijven dDolen of thuiszitten?" En zij hebben gelijk. Zeker hebben zij gelijk. Hoe gedicideerder hun optreden, hoe vaster ik aan den haard zit en hoe heerlijker die mijn bevrijding door dat kind. Binden, ketenen moesten zij mij. Hij krijgt toch alles los, want dat is het doel van 't heele verhaal.

Zoo heb ik daar dan gezeten, in die kooklucht dus, omringd door die dat zwijgended dreigende bende rot, tot ik op een hei heerlijken dag dat mormel die schat van een kleinzoon in huis gewaar werd , die met zijn gekraai en zijn bloote billen aan mijn hun dwingelandij [16] een eind heeft gemaakt.

Die heerlijke dag doet vermoeden sluit in dat ik, als zuster Anna, naar dien dag zat uit te kijken. 't Is b misschien beter sterker als dat mijn bevrijding g bewerkt wordt tegen mijn eigen wil. Als ik Hoe knusser ik bij den haard zat, met of zonder ketenen, des te magischer de kracht die mij nogmaals de baan opjaagt die leidt opjaagt. Van die heerlijken dag maak ik dus een vermaledijde Heerlijk er dus uit, en vermaledijd heilloos in de plaats en de zaak is in orde.

Als ik heilloos accepteer moet heeft ook dat kleinkind die kleinzoon, een dat die erg officieel klinkt, een qualificatie noodig van dezelfde kleur. als Mormel Tot ik op een heilloozen dag dat mormel van een kleinkindzoon in huis gewaar werd. Wel een erg flink mormel, maaris passons. Die Die aan hun dwingelandij een eind heeft gemaakt. Kom, kom. La Die grap wordt flauw. Geen dwingelandij. Rotten was het. Die aan hun rotten een eind heeft gemaakt. Wel neen. Volstrekt niet. Ons rotten, Elsschot. Je hebt er jezelf toe geleend, vriend, om ook dat kind iets te doen te geven. Die aan Dus die aan ons rotten een eind heeft gemaakt. Jawel, maar hoe heeft dat kind hem dat gelapt? Wat Hoe [17] was zijn eerste m heeft zij hij zich voor 't eerst laten gelden? Eenvoudig genoeg want terwijl ik schrijf hoor ik zijn gekraai onder de tafel zoodat ik mijn zware s lompe voeten niet verroeren verzetten durf. Die met zijn gekraai Met zijn gekraai dus. En Kon ik nu tevens nog wat Om tevens bij dat geluid ook nog iets te zien te geven. Ja, Wat toont zoo'n kind voor bijzonders? Zijn bloote billen dat de moeite waard is voeg ik er nog gauw zijn bloote billen bij in de vaste overtuiging dat die in den smaak zullen vallen. Die met zijn gekraai en zijn bloote billen aan ons rotten een eind heeft gemaakt.

De rest spreekt van zelf. hoeft geen betoog. Het slot volgt van zelf. Wij hebben elkaarnder de hand gedrukt aangeraakt, de mMijn boeien zijn verkoold tot asch en wij zijn samen opgestapt [dx] naar dat land waar die gouden vogel jubelt, véél hooger dan de leeuwerik.

't Was trouwens een uittocht zonder risico, want van onder al die menschen is er natuurlijk niet één die zich verzetten durft als die jongen zijn wil laat gelden.

[18]

Bij 't herlezen komt het mij voor.....

Genoeg. Schei uit, man, of je. Want ik wWordt je niet ijl in het je hoofd.? Laat ik Stuur het zóó de wereld maar insturen. Et vogue la galère!

20/11/34

Zet dat kind in een zijn stoel en laat die tekst met vrede, op hoop van zegen.

Willem Elsschot
[Alf. de Ridder]