Achter de Schermen

ACHTER DE SCHERMEN

Schrijfproces van
AdsD1, zin 261

Schrijfproces


1934: Manuscript 'Achter de Schermen' [AdsM1]:

Stap a
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.
_________
Resultaat
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.
_________

1934: Typoscript 'Achter de Schermen', getypte tekst [AdsM2a]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1935: Voorpublicatie 'Achter de Schermen' in Groot Nederland [AdsT1]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1935: Correctie-exemplaar Groot Nederland, getypte tekst [AdsM3a]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1936: Tsjip, tweede druk [AdsD1]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koestren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1942: Tsjip, derde druk [AdsD2]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1943: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste druk [AdsD3]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1944: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede druk [AdsD4]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van den haard en te werken voor onzen ouden dag die voor de deur staat.

1952: Tsjip/De Leeuwentemmer, derde druk [AdsD5]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van de haard en te werken voor onze oude dag die voor de deur staat.

1956-57: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste drukproef voor het Verzameld Werk, gezette tekst [AdsP1a]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van de haard en te werken voor onze oude dag die voor de deur staat.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede drukproef voor het Verzameld Werk [AdsP2]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van de haard en te werken voor onze oude dag die voor de deur staat.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, vierde druk, in het Verzameld Werk [AdsD6]:
Want mij rest nog maar net de tijd om eindelijk met vrouw en kinderen wat mee te leven, mij te koesteren aan de warmte van de haard en te werken voor onze oude dag die voor de deur staat.


AdsD1
[18]