Achter de Schermen

ACHTER DE SCHERMEN

Schrijfproces van
AdsM1, zin 015

Schrijfproces


1934: Manuscript 'Achter de Schermen' [AdsM1]:

Stap a
En moet ik na a
_________
Stap b
En moet ik na a
_________
Stap c
Moet ik na zoo'n hekserij toch niet telkens weer in mijn krin
_________
Stap d
Moet ik na zoo'n hekserij toch niet telkens weer in mijn krin
_________
Stap e
En Moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen als een die niets op zijn geweten heeft, als
_________
Stap f
En Moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen als een die niets op zijn geweten heeft, als
_________
Stap g
En Moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen als een die niets ontheiligd, die niets op zijn geweten heeft?
_________
Resultaat
En Moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen als een die niets ontheiligd, die niets op zijn geweten heeft?
_________

1934: Typoscript 'Achter de Schermen', getypte tekst [AdsM2a]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd , die niets op zijn geweten heeft?

1935: Voorpublicatie 'Achter de Schermen' in Groot Nederland [AdsT1]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd , die niets op zijn geweten heeft?

1935: Correctie-exemplaar Groot Nederland, getypte tekst [AdsM3a]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd , die niets op zijn geweten heeft?

1936: Tsjip, tweede druk [AdsD1]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd , die niets op zijn geweten heeft?

1942: Tsjip, derde druk [AdsD2]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd | die niets op zijn geweten heeft?

1943: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste druk [AdsD3]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd | die niets op zijn geweten heeft?

1944: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede druk [AdsD4]:
En moet ik na zoo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligd , die niets op zijn geweten heeft?

1952: Tsjip/De Leeuwentemmer, derde druk [AdsD5]:
En moet ik na zo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligt , die niets op zijn geweten heeft?

1956-57: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste drukproef voor het Verzameld Werk, gezette tekst [AdsP1a]:
En moet ik na zo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligt , die niets op zijn geweten heeft?

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede drukproef voor het Verzameld Werk [AdsP2]:
En moet ik na zo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligt , die niets op zijn geweten heeft?

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, vierde druk, in het Verzameld Werk [AdsD6]:
En moet ik na zo'n geploeter niet telkens weer gluiperig in mijn huiskring plaats nemen, als een die niets ontheiligt , die niets op zijn geweten heeft?


AdsM1
[2]